13-01-09

Poppetje

Het is woensdagavond.
Ik kom aan, Redingenhof.
Het is superlang geleden dat ik nog in Leuven was, zeker op praatcafé.
Hoe lang is dat eigenlijk geleden? Ja, meer dan anderhalve maand!
Ik parkeer me achter Koning Lido's auto, en kruip snel bij hem.
Het is barkoud; gisterenavond duidde de boordcomputer nog -17°C aan!
Iedereen zegt dat het van 1999 geleden is dat we zulke temperaturen kenden, mij zegt het alvast niets meer.

Hij is in een praatbui; ik luister.
Hoe angstwekkend het ook maar kan zijn als hij in één van z'n stille momenten is, zo grappig zijn z'n praatbuien.
Woorden vloeien uit z'n mond, terwijl hij in het niets rond zich uit kijkt, af en toe pauze neemt en dan weer in één trek doorratelt.
Zo zie ik hem graag; ik zie hem altijd graag, maar dit is één van z'n topmomenten.

(grijns)Nu ik hem goed in het oog hou, we hebben veel meteen, zowel onze positieve als negatieve eigenschappen.
Het is alsof we bijna kopiëen van mekaar zijn, en toch zijn we weer zo verschillend.
Ik miste hem enorm de afgelopen dagen, en nu ervaar ik een intenser gevoel door hem vast te houden, dan door hem te zoenen.
Zoenen is leuk, vasthouden doet exponentieel meer.

Ik blijf hem aanstaren zonder iets te zeggen.
Opeens legt hij z'n woordenfontein stil, en grijpt iets in z'n broekzak. Hij houdt het voor ons uit. Ik kan de aard van het object
niet goed vatten en probeer gebruik te maken van de straatlantaarn, of toch van diens reflectie om te zien wat het kan zijn.
Ik heb het door. Ik weet het. Aan een koordje houdt hij twee sleutels voor me klaar. Jup, zijn huissleutels.
Wat ik tot nu toe allemaal wou repliceren op z'n woorden valt allemaal weg; ik ben sprakeloos.

Hij babbelt verder, en zoals altijd opnieuw doet hij me nadenken,redeneren.
"Nog niet verkrijgbaar", zegt de dame achter de toonbank. Het is augustus.
Ooit hadden we het over uitstraling; over het feit dat een mens al dan niet een gevoel kan uitzenden naar z'n medemens en dit,
zonder enig woord te benutten. Zo kan je duiden dat je niet klaar bent voor een nieuwe relatie.
Het is alsof je plots van uit de stoffige achterkamer wordt gehaald.
Je wordt wat opgeblonken en gaat de vitrine in.
Maybe ben je er wel klaar voor.
Je kijkt door het raam, kijkt en kijkt maar rond.
Soms nieuwgierig, soms afgeschrikt.
De maanden vliegen voorbij.
Daar komt het poetsdoekje weer langs, en je krijgt het kaartje " uitzonderlijke korting" rond je nek. November.
Wat zou die wereld te bieden hebben. Iets anders als vroeger? Is het nog steeds diezelfde wereld? Wereld met mooie,
maar ook lelijke verhalen? Verhalen over leven, zon, regen, regenboog en passie?
Op een dag komt er iemand binnen. Diezelfde persoon, als toen.
Jij bent het poppetje.
"Zal ik hem inpakken?" vraagt de dame wiens geur en gewoontes je ondertussen al door en door kent.
Inpakken hoeft niet.
Je sleurt zelf het kaartje van je nek; smijt het in de  vitrine.
Je wandelt hand in hand naar buiten, en vreest toch nog wat voor wat je te wachten staat.
Ergens diep in je wil je wel de stap zetten.
Afwegen; dat moet je doen. Vitrine is veilig, maar qua beleving niet zo hoogstaand.
Leef, leef, beleef...maar laat je niet leven.
Ken, herken, maar laat je vooral niet kennen.

Maar vergeet vooral in het buitengaan, niet om te kijken en te zeggen aan de dame die voor je zorgde:

"Vaarwel!"

18:40 Gepost door Yves in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.